groep 7 · Breuk, kommagetal en procent omzetten
▸ Laat de uitleg zien ▾ Zo reken je het uit
- Maak de noemer 100: teller en noemer × 10 geeft 30100
- 30100 = 0,3 = 30%
- 310 = 30%
Groep 7 en 8
Een half is 12, 0,5 en 50%: drie manieren om hetzelfde op te schrijven. In groep 7 en 8 leren kinderen ze in elkaar om te zetten.
Nog niet in groep 6.
Wanneer iets in de klas aan bod komt, is ongeveer: we gaan uit van de rekenmethode Pluspunt, en elke school plant anders. In groep 8 staat alles open, met het oog op de doorstroomtoets.
Het makkelijkst gaat het via honderdsten. 0,3 is 3 tienden, dat is 30 honderdsten, en dus 30%. Andersom: 45% is 45100 = 0,45.
Een breuk zet je om door de noemer 10 of 100 te maken: 34 = 75100 = 0,75 = 75%. Lukt dat niet makkelijk, dan deel je de teller door de noemer: 1140 = 11 : 40 = 0,275 = 27,5%.
| Breuk | Kommagetal | Procent |
|---|---|---|
| 12 | 0,5 | 50% |
| 14 | 0,25 | 25% |
| 34 | 0,75 | 75% |
| 15 | 0,2 | 20% |
| 110 | 0,1 | 10% |
Echte sommen uit Reken Maar Raak. Probeer ze eerst zelf, en kijk dan naar de uitleg.
groep 7 · Breuk, kommagetal en procent omzetten
groep 8 · Breuk, kommagetal en procent omzetten
5 sommen breuk, kommagetal en procent, van makkelijk naar moeilijker, met na elke som de uitleg. Zonder account. In welke groep zit je kind?
Liever alles door elkaar, op papier? Print een proeftoets. Of lees hoe Reken Maar Raak werkt.