Reken Maar Raak Inloggen

Omtrek en oppervlakte

Groep 6, 7 en 8

Omtrek is de lengte van de rand om een figuur, oppervlakte is hoe groot het vlak erbinnen is. Het verschil tussen die twee is precies waar het vaak misgaat.

In welke groep

Groep 6

  • Omtrek ± februari
  • Oppervlakte ± mei

Groep 7

  • Omtrek vanaf het begin
  • Oppervlakte vanaf het begin

Groep 8

  • Omtrek
  • Oppervlakte

Wanneer iets in de klas aan bod komt, is ongeveer: we gaan uit van de rekenmethode Pluspunt, en elke school plant anders. In groep 8 staat alles open, met het oog op de doorstroomtoets.

Zo leer je het op school

Omtrek: loop in gedachten om de figuur heen en tel alle zijden op. Een rechthoek van 7 m bij 2 m heeft een omtrek van 7 + 2 + 7 + 2 = 18 m.

Oppervlakte van een rechthoek is lengte × breedte, in vierkante meters (m²) of vierkante centimeters (cm²): 7 m × 2 m = 14 m².

Een samengestelde figuur, zoals een L-vorm, verdeel je in rechthoeken. Je rekent ze apart uit en telt ze op.

Een driehoek is de helft van een rechthoek met dezelfde basis en hoogte. Basis 12 m en hoogte 9 m: 12 × 9 = 108, de helft is 54 m².

Bij oppervlaktematen is elke stap op de maten-trap keer 100, niet keer 10: 1 m² = 100 dm² = 10.000 cm².

Waar het vaak misgaat

  • Omtrek en oppervlakte verwarren, of bij een oppervlakte de lengte en de breedte optellen.
  • De verkeerde eenheid: een oppervlakte is in m² of cm², een omtrek in m of cm.
  • Bij een driehoek vergeten te halveren.
  • Bij oppervlaktematen keer 10 doen in plaats van keer 100.

Voorbeeldsommen

Echte sommen uit Reken Maar Raak. Probeer ze eerst zelf, en kijk dan naar de uitleg.

groep 7 · Omtrek

Een rechthoek is 7 m lang en 2 m breed.
Wat is de omtrek?
7 m 2 m
▸ Laat de uitleg zien
  1. De omtrek is de lengte van alle zijden bij elkaar.
  2. Een rechthoek heeft twee lange en twee korte zijden. De twee lange zijden zijn even lang, en de twee korte ook.
  3. 7 + 2 + 7 + 2 = 18 m

groep 8 · Oppervlakte

Een terras heeft deze vorm: 14 m breed en 6 m diep.
Hoeveel m² is het terras?
14 m 4 m 9 m 6 m
▸ Laat de uitleg zien
  1. Verdeel de figuur in twee rechthoeken.
  2. Onderste rechthoek: 14 × 4 = 56 m²
  3. De bovenste rechthoek is 6 − 4 = 2 m hoog.
  4. Bovenste rechthoek: 9 × 2 = 18 m²
  5. Samen: 56 + 18 = 74 m²

groep 8 · Oppervlakte

Een driehoekig zeil van een boot heeft een basis van 12 m en een hoogte van 9 m.
Wat is de oppervlakte?
9 m 12 m
▸ Laat de uitleg zien
  1. Een driehoek is de helft van een rechthoek met dezelfde basis en hoogte.
  2. Rechthoek: 12 × 9 = 108 m²
  3. De helft: 108 : 2 = 54 m²

Zelf oefenen

5 sommen omtrek en oppervlakte, van makkelijk naar moeilijker, met na elke som de uitleg. Zonder account. In welke groep zit je kind?

Liever alles door elkaar, op papier? Print een proeftoets. Of lees hoe Reken Maar Raak werkt.