: loop in gedachten om de figuur heen en tel alle zijden op. Een rechthoek van 7 m bij 2 m heeft een omtrek van 7 + 2 + 7 + 2 = 18 m.
van een rechthoek is lengte × breedte, in vierkante meters (m²) of vierkante centimeters (cm²): 7 m × 2 m = 14 m².
Een samengestelde figuur, zoals een L-vorm, verdeel je in rechthoeken. Je rekent ze apart uit en telt ze op.
Een is de helft van een rechthoek met dezelfde basis en hoogte. Basis 12 m en hoogte 9 m: 12 × 9 = 108, de helft is 54 m².
Bij oppervlaktematen is elke stap op de maten-trap keer 100, niet keer 10: 1 m² = 100 dm² = 10.000 cm².