Reken Maar Raak Inloggen

Kommagetallen

Groep 6, 7 en 8

Kommagetallen kom je overal tegen: in prijzen, lengtes en gewichten. Aan het eind van groep 6 gaat het om vergelijken (wat is meer, 0,4 of 0,35?), in groep 7 en 8 ook om rekenen ermee.

In welke groep

Groep 6

  • Kommagetallen ordenen ± juni

Groep 7

  • Kommagetallen ordenen vanaf het begin
  • Optellen en aftrekken met kommagetallen ± oktober
  • Keer en gedeeld door 10, 100 en 1000 ± maart
  • Vermenigvuldigen met kommagetallen ± maart

Groep 8

  • Kommagetallen ordenen
  • Optellen en aftrekken met kommagetallen
  • Keer en gedeeld door 10, 100 en 1000
  • Vermenigvuldigen met kommagetallen

Wanneer iets in de klas aan bod komt, is ongeveer: we gaan uit van de rekenmethode Pluspunt, en elke school plant anders. In groep 8 staat alles open, met het oog op de doorstroomtoets.

Zo leer je het op school

Achter de komma staan tienden, honderdsten en duizendsten. 0,4 is 4 tienden; 0,35 is 3 tienden en 5 honderdsten. Daarom is 0,4 groter: maak er 0,40 van en vergelijk 40 honderdsten met 35 honderdsten.

Bij optellen en aftrekken zet je de komma's onder elkaar en vul je zo nodig aan met een nul: 15,7 − 8,89 wordt 15,70 − 8,89 = 6,81.

Keer 10, 100 of 1000: de komma schuift één, twee of drie plaatsen naar rechts. Gedeeld door: naar links. 457 : 1000 = 0,457.

Bij vermenigvuldigen reken je eerst zonder komma en kijk je dan waar de komma komt: 0,7 × 0,3 is 7 × 3 = 21, met twee cijfers achter de komma 0,21. Even schatten helpt: 0,7 × 0,3 moet kleiner zijn dan 1.

Waar het vaak misgaat

  • Denken dat meer cijfers achter de komma een groter getal geeft: 0,35 is kleiner dan 0,4.
  • Bij optellen de laatste cijfers onder elkaar zetten in plaats van de komma's.
  • Bij vermenigvuldigen de komma op de verkeerde plek: 0,2 × 0,5 is 0,1, niet 1 of 0,01.

Voorbeeldsommen

Echte sommen uit Reken Maar Raak. Probeer ze eerst zelf, en kijk dan naar de uitleg.

groep 7 · Kommagetallen ordenen

Finn, Fenna, Julia en Isa kopen kaas op de markt.
Wie kocht de meeste kaas?
  • A Finn: 1,01 kg
  • B Fenna: 1,2 kg
  • C Julia: 1,36 kg
  • D Isa: 1,4 kg
▸ Laat de uitleg zien
  1. Maak alle getallen even lang door nullen achter de komma te zetten:
  2. 1,01 1,20 1,36 1,40
  3. Vergelijk nu cijfer voor cijfer, van links naar rechts.
  4. Het antwoord is Isa: 1,4 kg.

groep 8 · Optellen en aftrekken met kommagetallen

Noah legt een plank van 0,93 m en een plank van 2,6 m achter elkaar.
Hoe lang zijn de twee planken samen?
▸ Laat de uitleg zien
  1. Zet de komma's precies onder elkaar. Vul aan met nullen: 0,93 + 2,60
  2. Reken uit zoals met hele getallen en zet de komma op dezelfde plek: 3,53

groep 8 · Keer en gedeeld door 10, 100 en 1000

457 : 1.000 = ?
  • A 4,57
  • B 0,457
  • C 45,7
  • D 457.000
▸ Laat de uitleg zien
  1. Bij : 1.000 wordt het getal 1.000 keer zo klein: de komma schuift 3 plaatsen naar links.
  2. Vul zo nodig nullen aan. 457 : 1.000 = 0,457

groep 8 · Vermenigvuldigen met kommagetallen

0,7 × 0,3 = ?
▸ Laat de uitleg zien
  1. Reken eerst zonder komma: 7 × 3 = 21
  2. Schat: 0,7 en 0,3 zijn allebei minder dan 1, dus het antwoord is kleiner dan 0,3.
  3. Er staan in totaal 2 cijfers achter de komma, dus de komma komt 2 plaatsen van rechts: 0,21
  4. 0,7 × 0,3 = 0,21

Zelf oefenen

5 sommen kommagetallen, van makkelijk naar moeilijker, met na elke som de uitleg. Zonder account. In welke groep zit je kind?

Liever alles door elkaar, op papier? Print een proeftoets. Of lees hoe Reken Maar Raak werkt.