groep 6 · Tafels
10 × … = 100
▸ Laat de uitleg zien ▾ Zo reken je het uit
- Zoek in de tafel van 10: 10 × 10 = 100.
- Op de puntjes hoort 10.
Groep 6, 7 en 8
In groep 6 moeten de tafels tot en met 10 vlot gaan, en de deeltafels die erbij horen. Daarna bouwen kinderen daarop voort: keersommen met nullen, handig rekenen en cijferend vermenigvuldigen met grotere getallen.
Wanneer iets in de klas aan bod komt, is ongeveer: we gaan uit van de rekenmethode Pluspunt, en elke school plant anders. In groep 8 staat alles open, met het oog op de doorstroomtoets.
Wie een tafel niet uit het hoofd weet, kan hem afleiden van een tafel die wel lukt. 6 × 7 is het dubbele van 3 × 7 = 21, dus 42. 9 × 8 is 10 × 8 min één keer 8: 80 − 8 = 72.
Met de tafels reken je ook sommen met nullen uit: 6 × 7 = 42, dus 6 × 700 = 4200 en 60 × 70 = 4200. Tel de nullen en zet ze achter de uitkomst van de tafel.
Bij grotere sommen splits je een getal: 9 × 82 = 9 × 80 + 9 × 2 = 720 + 18 = 738. Bij cijferend vermenigvuldigen reken je zo per cijfer, onder elkaar, en tel je de rijen op.
Echte sommen uit Reken Maar Raak. Probeer ze eerst zelf, en kijk dan naar de uitleg.
groep 6 · Tafels
groep 6 · Tafels
groep 7 · Vermenigvuldigen
groep 8 · Vermenigvuldigen
5 sommen vermenigvuldigen, van makkelijk naar moeilijker, met na elke som de uitleg. Zonder account. In welke groep zit je kind?
Liever alles door elkaar, op papier? Print een proeftoets. Of lees hoe Reken Maar Raak werkt.