Proeftoets rekenen
Naam:
Datum:
Je hebt 45 minuten voor 30 sommen. Een rekenmachine mag niet, kladpapier wel. Schrijf je antwoord op de lijn; bij meerkeuze zet je een rondje om de goede letter. Weet je een som niet? Ga door en kom er later op terug.
-
1.
Noor koopt een pet van € 12,- en betaalt met € 20,-.
Hoeveel geld krijgt Noor terug?Antwoord: €
-
2.
Met de sponsorloop haalt de school € 732,- op en met de kerstmarkt € 475,-.
Hoeveel euro is dat samen?Antwoord: €
-
3.
Welk getal hoort bij de pijl?
Antwoord:
-
4.
Welk getal is 100 minder dan 63.940?
A 62.940
B 63.840
C 63.930
D 64.040
-
5.
Reken uit: 90 × 70
A 630
B 6.300
C 6.400
D 63.000
-
6.
Daan heeft 290 munten in een spel en koopt een nieuwe outfit voor 75 munten.
Hoeveel munten heeft Daan over?Antwoord:
-
7.
Reken uit: 6300 : 70
Antwoord:
-
8.
Er rijden 4 bussen naar het stadion. In elke bus zitten 60 supporters.
Hoeveel supporters zijn dat samen?A 24
B 240
C 300
D 2400
-
9.
Het is 's middags vier voor half één.
Hoe laat is het op een digitale klok die tot 24 uur loopt?Antwoord: uur min
-
10.
Hoe schrijf je 16.500 in woorden?
A zestienduizend vijfhonderd
B zeventienduizend vijfhonderd
C zestienduizend vijftig
D vijftienduizend zeshonderd
-
11.
Reken uit: 1500 : 3
A 50
B 400
C 500
D 5000
-
12.
Het is 's nachts veertien voor half drie.
Hoe laat is het op een digitale klok die tot 24 uur loopt?Antwoord: uur min
-
13.
Reken uit: 13.500 + 9.100
Antwoord:
-
14.
Je koopt een plant van € 8,85. Je betaalt met € 10,-.
Hoeveel krijg je terug?A € 1,05
B € 1,15
C € 2,15
D € 1,25
-
15.
Een digitale klok geeft deze tijd aan.
Hoe zeg je die tijd?16:17A dertien over half vijf 's middags
B dertien voor half vier 's middags
C dertien voor half vijf 's middags
D dertien voor half zes 's middags
-
16.
Welk getal komt hierna?
48163264…Antwoord:
-
17.
Elke strook is 1 heel.
Hoeveel stroken zijn er samen gekleurd? Schrijf het als gemengd getal.Antwoord:
-
18.
Hoe laat is het?
A vijf over half zeven
B vijf over half negen
C vijf voor half acht
D vijf over half acht
-
19.
Hoeveel geld is dit samen?
Antwoord: €
-
20.
Yara heeft 621 munten in een spel en koopt een nieuwe outfit voor 399 munten.
Hoeveel munten heeft Yara over?Antwoord:
-
21.
Welke breuk hoort op de puntjes?
36 + … = 1Antwoord:
-
22.
Op welke dag zijn de meeste fietsen gestald?
A maandag
B dinsdag
C woensdag
D donderdag
E vrijdag
-
23.
Welke breuk hoort bij de pijl?
Antwoord:
-
24.
Elke strook is 1 heel.
Hoeveel stroken zijn er samen gekleurd? Schrijf het als gemengd getal.Antwoord:
-
25.
Reken uit: 648 : 8
Antwoord:
-
26.
Reken uit: 200 : 50
A 3
B 4
C 40
D 50
-
27.
Reken uit: 2400 : 8
Antwoord:
-
28.
Hoeveel boeken werden er op dinsdag uitgeleend?
Uitgeleende boeken in de bibliotheek Dag Uitgeleende boeken dinsdag 57 woensdag 64 donderdag 89 vrijdag 37 zaterdag 52 Antwoord:
-
29.
Reken uit: 8 × 6
Antwoord:
-
30.
Welk getal is tweeduizend tweehonderdzeventig?
A 2207
B 2270
C 2370
D 2720
Antwoordblad
groep 6 · toets 202610Score: van de 30 goed
De stof van groep 6 die ongeveer tot en met oktober aan bod is geweest.
| Nr. | Antwoord | Onderwerp | Niveau |
|---|---|---|---|
| 1 | € 8,- | Geld | uitdagend |
| 2 | € 1207,- | Optellen en aftrekken | gemiddeld |
| 3 | 34.000 | Grote getallen | gemiddeld |
| 4 | B 63.840 | Grote getallen | gemiddeld |
| 5 | B 6.300 | Vermenigvuldigen | gemiddeld |
| 6 | 215 | Optellen en aftrekken | basis |
| 7 | 90 | Delen | uitdagend |
| 8 | B 240 | Vermenigvuldigen | basis |
| 9 | 12 uur 26 min | Tijd | gemiddeld |
| 10 | A zestienduizend vijfhonderd | Grote getallen | gemiddeld |
| 11 | C 500 | Delen | basis |
| 12 | 2 uur 16 min | Tijd | gemiddeld |
| 13 | 22.600 | Optellen en aftrekken | gemiddeld |
| 14 | B € 1,15 | Geld | gemiddeld |
| 15 | C dertien voor half vijf 's middags | Tijd | uitdagend |
| 16 | 128 | Getallenreeksen | gemiddeld |
| 17 | 138 | Breuken | uitdagend |
| 18 | D vijf over half acht | Tijd | gemiddeld |
| 19 | € 61,- | Geld | basis |
| 20 | 222 | Optellen en aftrekken | basis |
| 21 | 36 | Breuken | basis |
| 22 | B dinsdag | Tabellen en grafieken | basis |
| 23 | 36 | Breuken | gemiddeld |
| 24 | 168 | Breuken | uitdagend |
| 25 | 81 | Delen | uitdagend |
| 26 | B 4 | Delen | gemiddeld |
| 27 | 300 | Vermenigvuldigen | gemiddeld |
| 28 | 57 | Tabellen en grafieken | gemiddeld |
| 29 | 48 | Vermenigvuldigen | basis |
| 30 | B 2270 | Grote getallen | basis |
Uitwerkingen
1. Geld
- Je betaalt € 20,- en het kost € 12,-.
- Tel door vanaf € 12,- tot € 20,-, of reken 20,00 − 12,00.
- Je krijgt € 8,- terug.
2. Optellen en aftrekken
- Zet de getallen onder elkaar en tel cijferend op, van rechts naar links:
- Eenheden: 2 + 5 = 7
- Tientallen: 3 + 7 = 10, schrijf 0 op en onthoud 1
- Honderdtallen: 7 + 4 + 1 (onthouden) = 12, schrijf 2 op en onthoud 1
- Schrijf de 1 die je nog onthoudt vooraan.
- 732 + 475 = 1207
3. Grote getallen
- Van 30.000 tot 40.000 zijn 10 gelijke stappen. Elke stap is (40.000 − 30.000) : 10 = 1000.
- De pijl staat 4 stappen na 30.000: 30.000 + 4 × 1.000 = 34.000
4. Grote getallen
- 100 minder betekent: het cijfer op de plaats van de honderdtallen wordt 1 kleiner.
- 63.940 − 100 = 63.840
5. Vermenigvuldigen
- Reken eerst zonder de nullen: 9 × 7 = 63
- Tel de nullen die je hebt weggelaten: 2 nullen.
- Zet die er weer achter: 6.300
6. Optellen en aftrekken
- Haal 75 er in stukjes af (rijgen): 70 + 5
- 290 − 70 = 220
- 220 − 5 = 215
- Controle: 215 + 75 = 290 ✓
7. Delen
- Streep aan beide kanten evenveel nullen weg: 6300 : 70 is hetzelfde als 630 : 7
- Denk aan de tafel van 7: 7 × 9 = 63, dus 7 × 90 = 630
- 630 : 7 = 90
- Controle: 90 × 70 = 6300 ✓
8. Vermenigvuldigen
- Reken eerst zonder de nullen: 6 × 4 = 24
- Tel de nullen die je hebt weggelaten: 1 nul.
- Zet die er weer achter: 240
9. Tijd
- Vier voor half één is 12.26 uur op een klok tot 12 uur.
- Om 12 uur 's middags blijft het uur 12.
- Het is 12.26 uur.
10. Grote getallen
- Knip het getal in stukken: zestienduizend = 16.000; vijfhonderd = 500
- Samen: zestienduizend vijfhonderd
11. Delen
- Denk aan de tafel van 3: 3 × 5 = 15, dus 3 × 500 = 1500
- 1500 : 3 = 500
- Controle: 500 × 3 = 1500 ✓
12. Tijd
- Veertien voor half drie is 2.16 uur op een klok tot 12 uur.
- 's nachts blijft het uur hetzelfde.
- Het is 2.16 uur.
13. Optellen en aftrekken
- Beide getallen zijn hele honderden. Reken met honderden: 13.500 is 135 honderd en 9.100 is 91 honderd.
- 135 + 91 = 226, dus 226 honderd.
- 13.500 + 9.100 = 22.600
14. Geld
- Je betaalt € 10,- en het kost € 8,85.
- Tel door vanaf € 8,85 tot € 10,-, of reken 10,00 − 8,85.
- Je krijgt € 1,15 terug.
15. Tijd
- Op de klok staat 16:17: dat is 16.17 uur.
- 16 − 12 = 4, dus het is 4.17 uur 's middags.
- Je zegt: dertien voor half vijf 's middags.
16. Getallenreeksen
- Elk getal is 2 keer zo groot als het vorige (× 2).
- 64 → 128
17. Breuken
- Eén strook is helemaal gekleurd.
- Van de volgende strook zijn 3 stukken van de 8 gekleurd: 38.
- Samen 138 strook.
18. Tijd
- De lange wijzer wijst de minuten aan, de korte wijzer de uren.
- De lange wijzer staat 5 minuten voorbij de 6 (de half). De korte wijzer staat ongeveer halverwege tussen de 7 en de 8.
- Het is vijf over half acht.
19. Geld
- Tel eerst de briefjes en munten van groot naar klein: € 50 + € 5 + € 5 + € 1.
- Samen is dat € 61,-
20. Optellen en aftrekken
- 399 is bijna 400. Haal eerst 400 eraf: 621 − 400 = 221
- Je hebt 1 te veel eraf gehaald, dus tel dat er weer bij: 221 + 1 = 222
- Controle: 222 + 399 = 621 ✓
21. Breuken
- 1 heel is 66.
- Je hebt er al 3, dus er moeten nog 6 − 3 = 3 stukken bij.
- 36 + 36 = 1
22. Tabellen en grafieken
- Zoek de hoogste staaf.
- Dat is dinsdag met 80.
23. Breuken
- Tussen 0 en 1 zijn 6 gelijke stapjes. Elk stapje is 16.
- De pijl staat 3 stapjes na de 0.
- Bij de pijl hoort 36.
24. Breuken
- Eén strook is helemaal gekleurd.
- Van de volgende strook zijn 6 stukken van de 8 gekleurd: 68.
- Samen 168 strook.
25. Delen
- Happen: hoe vaak past 8 in 648?
- 80 × 8 = 640, er blijft 8 over
- 1 × 8 = 8, er blijft 0 over
- Tel de happen op: 80 + 1 = 81
26. Delen
- Streep aan beide kanten evenveel nullen weg: 200 : 50 is hetzelfde als 20 : 5
- Denk aan de tafel van 5: 5 × 4 = 20
- 20 : 5 = 4
- Controle: 4 × 50 = 200 ✓
27. Vermenigvuldigen
- Reken eerst met de tafel: 24 : 8 = 3.
- 2400 is 100 keer zo veel als 24, dus de uitkomst is ook 100 keer zo groot.
- 2400 : 8 = 300
28. Tabellen en grafieken
- Zoek dinsdag in de tabel.
- Daar staat 57.
29. Vermenigvuldigen
- Weet je het niet meteen? 8 × 6 is 5 × 6 en nog 3 × 6: 30 + 18 = 48.
- 8 × 6 = 48
30. Grote getallen
- Knip het getal in stukken: tweeduizend = 2000; tweehonderdzeventig = 270
- Schrijf elk stuk op de goede plaats; lege plaatsen worden een 0.
- 2270