← Terug Download als PDF
Reken Maar Raak groep 7 · toets 202610

Proeftoets rekenen

Naam:

Datum:

Je hebt 45 minuten voor 30 sommen. Een rekenmachine mag niet, kladpapier wel. Schrijf je antwoord op de lijn; bij meerkeuze zet je een rondje om de goede letter. Weet je een som niet? Ga door en kom er later op terug.

  1. 1.
    310 van 30 = ?

    Antwoord:

  2. 2.
    Mila koopt een T-shirt van € 15,- en betaalt met € 20,-.
    Hoeveel geld krijgt Mila terug?

    Antwoord: €

  3. 3.
    In welke maand werden de meeste ijsjes verkocht?
    Verkochte ijsjes per maand
    Maand Verkochte ijsjes
    april 37
    mei 80
    juni 27
    juli 92
    augustus 48

    A april

    B mei

    C juni

    D juli

    E augustus

  4. 4.
    Reken uit: 50 × 300

    Antwoord:

  5. 5.
    De autorit naar de camping duurt 240 minuten.
    Hoeveel uur is dat?

    Antwoord: uur

  6. 6.
    Reken uit: 28.000 : 40

    A 70

    B 700

    C 800

    D 7.000

  7. 7.
    Hoeveel is de 6 waard in het getal 26.351?

    Antwoord:

  8. 8.
    Rond 6867 af op honderdtallen.

    A 6800

    B 6870

    C 6900

    D 7000

  9. 9.
    Op een plattegrond met schaal 1 : 100 is de slaapkamer 5 cm lang.
    Hoe lang is de slaapkamer in het echt?

    Antwoord: m

  10. 10.
    170 ml = … cm³

    Antwoord: cm³

  11. 11.
    Op een plattegrond met schaal 1 : 100 is het klaslokaal 7 cm lang.
    Hoe lang is het klaslokaal in het echt?

    Antwoord: m

  12. 12.
    Reken uit: 283 + 346

    Antwoord:

  13. 13.
    Op een plattegrond met schaal 1 : 100 is de zolder 7 cm lang.
    Hoe lang is de zolder in het echt?

    Antwoord: m

  14. 14.
    Op een plattegrond met schaal 1 : 100 is de keuken 4 cm lang.
    Hoe lang is de keuken in het echt?

    Antwoord: m

  15. 15.
    Welk getal komt hierna?
    1322314049…

    A 59

    B 116

    C 58

    D 57

  16. 16.
    Welke breuk is het kleinst?

    A 14

    B 12

    C 112

    D 34

  17. 17.
    Hoeveel graden geeft de koortsthermometer aan?
    35 36 37 38 39 40 41 42 °C

    A 37,2 °C

    B 37,3 °C

    C 37,4 °C

    D 37,7 °C

  18. 18.
    Hoe schrijf je 94.569 in woorden?

    A vierennegentigduizend vijfhonderdzesennegentig

    B vijfennegentigduizend vierhonderdnegenenzestig

    C vierennegentigduizend vijfhonderdnegenenzestig

    D vierennegentigduizend zeshonderdnegenenvijftig

  19. 19.
    4,2 − 3,1 = ?

    Antwoord:

  20. 20.
    Een spelletje in de app kost 3 munten. Bram heeft 28 munten.
    Hoeveel spelletjes kan Bram kopen?

    Antwoord:

  21. 21.
    Op een kaart met schaal 1 : 20.000 is de rand van een bos 9 cm lang.
    Hoeveel kilometer is dat in het echt?

    Antwoord: km

  22. 22.
    Op een plattegrond met schaal 1 : 100 is de keuken 4 cm lang.
    Hoe lang is de keuken in het echt?

    Antwoord: m

  23. 23.
    Op welke dag zijn de meeste fietsen gestald?
    Fietsen in de fietsenstalling 0 10 20 30 40 50 60 70 ma di wo do vr

    A maandag

    B dinsdag

    C woensdag

    D donderdag

    E vrijdag

  24. 24.
    Op een kaart met schaal 1 : 100.000 is de weg tussen twee dorpen 3 cm lang.
    Hoeveel kilometer is dat in het echt?

    Antwoord: km

  25. 25.
    Het is 5 mei.
    Welke datum is het over 23 dagen?

    A 29 mei

    B 28 mei

    C 4 juni

    D 27 mei

  26. 26.
    Op een plattegrond met schaal 1 : 200 is de badkamer 2 cm lang.
    Hoe lang is de badkamer in het echt?

    Antwoord: m

  27. 27.
    Reken uit: 17.343 − 16.757

    A 486

    B 586

    C 686

    D 1.414

  28. 28.
    Hoeveel vijfden zitten er in 4?

    Antwoord:

  29. 29.
    Een plein heeft deze vorm: 9 m breed en 10 m diep.
    Hoeveel m² is het plein?
    9 m 7 m 3 m 10 m

    Antwoord: m²

  30. 30.
    Welke maat is even groot als 1,9 liter?

    A 1.900 ml

    B 19 ml

    C 190.000 ml

    D 19.000 ml

Antwoordblad

groep 7 · toets 202610

Score: van de 30 goed

De stof van groep 7 die ongeveer tot en met oktober aan bod is geweest.

Nr. Antwoord Onderwerp Niveau
1 9 Breuken uitdagend
2 € 5,- Geld gemiddeld
3 D juli Tabellen en grafieken gemiddeld
4 15.000 Vermenigvuldigen gemiddeld
5 4 uur Tijd basis
6 B 700 Delen gemiddeld
7 6.000 Grote getallen gemiddeld
8 C 6900 Grote getallen gemiddeld
9 5 m Schaal basis
10 170 cm³ Inhoud (volume) basis
11 7 m Schaal gemiddeld
12 629 Optellen en aftrekken gemiddeld
13 7 m Schaal basis
14 4 m Schaal gemiddeld
15 C 58 Getallenreeksen gemiddeld
16 C 112 Breuken basis
17 B 37,3 °C Temperatuur basis
18 C vierennegentigduizend vijfhonderdnegenenzestig Grote getallen gemiddeld
19 1,1 Kommagetallen basis
20 9 Delen gemiddeld
21 1,8 km Schaal uitdagend
22 4 m Schaal basis
23 D donderdag Tabellen en grafieken gemiddeld
24 3 km Schaal uitdagend
25 B 28 mei Tijd basis
26 4 m Schaal gemiddeld
27 B 586 Optellen en aftrekken uitdagend
28 20 Breuken gemiddeld
29 72 m² Omtrek en oppervlakte uitdagend
30 A 1.900 ml Maten omrekenen uitdagend