← Terug Download als PDF
Reken Maar Raak groep 6 · toets 202610

Proeftoets rekenen

Naam:

Datum:

Je hebt 45 minuten voor 30 sommen. Een rekenmachine mag niet, kladpapier wel. Schrijf je antwoord op de lijn; bij meerkeuze zet je een rondje om de goede letter. Weet je een som niet? Ga door en kom er later op terug.

  1. 1.
    Noor koopt een pet van € 12,- en betaalt met € 20,-.
    Hoeveel geld krijgt Noor terug?

    Antwoord: €

  2. 2.
    Met de sponsorloop haalt de school € 732,- op en met de kerstmarkt € 475,-.
    Hoeveel euro is dat samen?

    Antwoord: €

  3. 3.
    Welk getal hoort bij de pijl?
    30.000 40.000 ?

    Antwoord:

  4. 4.
    Welk getal is 100 minder dan 63.940?

    A 62.940

    B 63.840

    C 63.930

    D 64.040

  5. 5.
    Reken uit: 90 × 70

    A 630

    B 6.300

    C 6.400

    D 63.000

  6. 6.
    Daan heeft 290 munten in een spel en koopt een nieuwe outfit voor 75 munten.
    Hoeveel munten heeft Daan over?

    Antwoord:

  7. 7.
    Reken uit: 6300 : 70

    Antwoord:

  8. 8.
    Er rijden 4 bussen naar het stadion. In elke bus zitten 60 supporters.
    Hoeveel supporters zijn dat samen?

    A 24

    B 240

    C 300

    D 2400

  9. 9.
    Het is 's middags vier voor half één.
    Hoe laat is het op een digitale klok die tot 24 uur loopt?

    Antwoord: uur min

  10. 10.
    Hoe schrijf je 16.500 in woorden?

    A zestienduizend vijfhonderd

    B zeventienduizend vijfhonderd

    C zestienduizend vijftig

    D vijftienduizend zeshonderd

  11. 11.
    Reken uit: 1500 : 3

    A 50

    B 400

    C 500

    D 5000

  12. 12.
    Het is 's nachts veertien voor half drie.
    Hoe laat is het op een digitale klok die tot 24 uur loopt?

    Antwoord: uur min

  13. 13.
    Reken uit: 13.500 + 9.100

    Antwoord:

  14. 14.
    Je koopt een plant van € 8,85. Je betaalt met € 10,-.
    Hoeveel krijg je terug?

    A € 1,05

    B € 1,15

    C € 2,15

    D € 1,25

  15. 15.
    Een digitale klok geeft deze tijd aan.
    Hoe zeg je die tijd?

    A dertien over half vijf 's middags

    B dertien voor half vier 's middags

    C dertien voor half vijf 's middags

    D dertien voor half zes 's middags

  16. 16.
    Welk getal komt hierna?
    48163264…

    Antwoord:

  17. 17.
    Elke strook is 1 heel.
    Hoeveel stroken zijn er samen gekleurd? Schrijf het als gemengd getal.

    Antwoord:

  18. 18.
    Hoe laat is het?
    1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12

    A vijf over half zeven

    B vijf over half negen

    C vijf voor half acht

    D vijf over half acht

  19. 19.
    Hoeveel geld is dit samen?
    € 50 € 5 € 5 € 1

    Antwoord: €

  20. 20.
    Yara heeft 621 munten in een spel en koopt een nieuwe outfit voor 399 munten.
    Hoeveel munten heeft Yara over?

    Antwoord:

  21. 21.
    Welke breuk hoort op de puntjes?
    36 + … = 1

    Antwoord:

  22. 22.
    Op welke dag zijn de meeste fietsen gestald?
    Fietsen in de fietsenstalling 0 10 20 30 40 50 60 70 80 90 ma di wo do vr

    A maandag

    B dinsdag

    C woensdag

    D donderdag

    E vrijdag

  23. 23.
    Welke breuk hoort bij de pijl?
    0 1 ?

    Antwoord:

  24. 24.
    Elke strook is 1 heel.
    Hoeveel stroken zijn er samen gekleurd? Schrijf het als gemengd getal.

    Antwoord:

  25. 25.
    Reken uit: 648 : 8

    Antwoord:

  26. 26.
    Reken uit: 200 : 50

    A 3

    B 4

    C 40

    D 50

  27. 27.
    Reken uit: 2400 : 8

    Antwoord:

  28. 28.
    Hoeveel boeken werden er op dinsdag uitgeleend?
    Uitgeleende boeken in de bibliotheek
    Dag Uitgeleende boeken
    dinsdag 57
    woensdag 64
    donderdag 89
    vrijdag 37
    zaterdag 52

    Antwoord:

  29. 29.
    Reken uit: 8 × 6

    Antwoord:

  30. 30.
    Welk getal is tweeduizend tweehonderdzeventig?

    A 2207

    B 2270

    C 2370

    D 2720

Antwoordblad

groep 6 · toets 202610

Score: van de 30 goed

De stof van groep 6 die ongeveer tot en met oktober aan bod is geweest.

Nr. Antwoord Onderwerp Niveau
1 € 8,- Geld uitdagend
2 € 1207,- Optellen en aftrekken gemiddeld
3 34.000 Grote getallen gemiddeld
4 B 63.840 Grote getallen gemiddeld
5 B 6.300 Vermenigvuldigen gemiddeld
6 215 Optellen en aftrekken basis
7 90 Delen uitdagend
8 B 240 Vermenigvuldigen basis
9 12 uur 26 min Tijd gemiddeld
10 A zestienduizend vijfhonderd Grote getallen gemiddeld
11 C 500 Delen basis
12 2 uur 16 min Tijd gemiddeld
13 22.600 Optellen en aftrekken gemiddeld
14 B € 1,15 Geld gemiddeld
15 C dertien voor half vijf 's middags Tijd uitdagend
16 128 Getallenreeksen gemiddeld
17 138 Breuken uitdagend
18 D vijf over half acht Tijd gemiddeld
19 € 61,- Geld basis
20 222 Optellen en aftrekken basis
21 36 Breuken basis
22 B dinsdag Tabellen en grafieken basis
23 36 Breuken gemiddeld
24 168 Breuken uitdagend
25 81 Delen uitdagend
26 B 4 Delen gemiddeld
27 300 Vermenigvuldigen gemiddeld
28 57 Tabellen en grafieken gemiddeld
29 48 Vermenigvuldigen basis
30 B 2270 Grote getallen basis